Kennisbank
Infiltratie in NTA 8800: forfaitair of gemeten qv,10
Infiltratie is de lucht die ongewild door kieren en naden van de thermische schil naar binnen en buiten stroomt. In de energieprestatieberekening telt die luchtstroom mee als warmteverlies. Dit artikel legt uit wanneer de berekening een forfaitaire waarde gebruikt, wanneer een gemeten qv,10 is toegestaan en wat je daarvoor in het dossier moet hebben.
Wat qv,10 betekent
De qv,10 is de luchtdoorlatendheid van de gebouwschil: het aantal kubieke decimeters lucht per seconde dat per vierkante meter verliesoppervlak doorlekt bij een drukverschil van 10 pascal. Hoe lager de waarde, hoe luchtdichter het gebouw. Je bepaalt hem met een blowerdoortest: een ventilator in een buitendeur zet de woning op over- of onderdruk en meet hoeveel lucht er nodig is om dat drukverschil vast te houden.
Een goed geïsoleerde woning met een slechte luchtdichting verliest via kieren alsnog veel warmte. Daarom hoort infiltratie naast de Rc- en U-waarden bij een volledige beoordeling van de schil.
De volgorde: eerst gemeten, anders forfaitair
De regel is eenvoudig. Is er een geldige gemeten qv,10, dan wordt die altijd gebruikt. Is die er niet, dan bepaalt de berekening de infiltratie forfaitair. Je kiest dus niet vrij tussen beide: een geldig meetrapport gaat voor.
Forfaitair op basis van bouwjaar of renovatiejaar
Zonder meting volgt de infiltratie uit het jaar waarin de schil is gebouwd of ingrijpend is aangepast. De jaarklassen zijn:
| Jaarklasse |
|---|
| vóór 1970 |
| 1970 tot 1980 |
| 1980 tot 1990 |
| 1990 tot 2000 |
| 2000 tot 2010 |
| 2010 en later |
Een jongere jaarklasse levert een gunstigere infiltratiewaarde op. Een paar regels uit het opnameprotocol bepalen welk jaar je invult:
- Vul bij alle rekenzones hetzelfde bouwjaar in. Sinds 1 juli 2024 staat het bouwjaar bij de gebouwgegevens in het opnameprotocol.
- Een renovatiejaar vul je alleen in als het van toepassing is. Of dat zo is, bepaal je met het beslisschema in ISSO 82.1 (afbeelding 7.3, woningbouw) of ISSO 75.1 (afbeelding 7.2, utiliteit).
- Zijn dak en gevel in verschillende jaren aangepakt, dan is het jaar van het dak leidend.
- Zijn kozijnen en gevel in verschillende jaren vervangen of geïsoleerd, dan geldt het oudste jaar.
- Voor het jaar van energiebesparende maatregelen heb je schriftelijk bewijs nodig, zoals facturen of tekeningen.
Let op: een renovatiejaar is geen manier om een woning gunstiger te laten uitkomen. Het beslisschema vraagt dat de schil grotendeels is aangepakt. Leg het bewijs vast in het dossier, zodat een auditor de keuze kan nalopen. Zie ook een audit-proof dossier opbouwen.
Wanneer een gemeten qv,10 geldig is
Een gemeten waarde mag je alleen gebruiken als de meting aan deze voorwaarden voldoet:
- Uitgevoerd als blowerdoormeting volgens NEN 2686. Een bedrijf met een BRL 5027-certificaat wordt geacht hieraan te voldoen.
- Uitgevoerd door een onafhankelijke partij.
- Het meetrapport vermeldt het adres, de uitvoerder, de gebruikte norm, de datum en de waarde in dm³/(s·m²). Staat de waarde in een andere eenheid, dan reken je hem om.
- De meting is maximaal één jaar oud. Daarop is één uitzondering: de waarde is eerder gebruikt en geregistreerd bij RVO, en de thermische schil is sindsdien niet gewijzigd.
Is de hele woning in één test gemeten, dan mag de qv,10 gelden voor alle rekenzones van die woning.
Steekproef bij serieopnames
Bij een project met meerdere woningen hoef je niet elke woning te meten. ISSO 82.1 paragraaf 7.1.5 geeft de regels:
- Woningtype bepalen. Bij eengezinswoningen is elke unieke combinatie van daktype en woningpositie een apart type. Bij appartementen is elke unieke woningpositie een type.
- Minimaal 10% per type. Afgerond naar boven, met een minimum van één woning.
- Kleine projecten. Bij maximaal 35 eengezinswoningen mag je de steekproef op woningposities baseren, zolang elk daktype erin zit.
- Per aannemer en per fase. Werken er meerdere aannemers, dan geldt de steekproef per aannemer. Bij een gespreide oplevering meet je per fase.
- Hoogste waarde telt. Zijn er meerdere metingen binnen een type, dan geldt de hoogste gemeten waarde voor de overige woningen van dat type.
- Corrigerende maatregelen. Zijn er na een meting nog maatregelen genomen, dan moeten die in het meetrapport staan. Anders geldt de meting niet voor de andere woningen.
Bij woonblokken mag je ook meten terwijl de naastliggende woningen of het hele blok tegelijk op overdruk staan. Het drukverschil tussen de woningen mag dan niet meer dan 10% zijn en moet in het rapport staan. Ook die methode pas je toe op minimaal 10% van de woningen. Meer over het opnemen van gestapelde bouw lees je in appartementengebouwen opnemen.
Infiltratie in het maatwerkadvies
Bij het maatwerkadvies is met de NTA 8800-herziening van 2026 een bouwjaarcorrectiefactor ingevoerd voor de forfaitaire luchtdichtheid. Die factor kijkt naar de gemiddelde isolatiewaarde van de buitenschil en vergelijkt die met wat de bouwregelgeving in verschillende periodes eiste. Zo valt het object in een bouwperiode die past bij de werkelijke staat van de schil, ook als het oorspronkelijke bouwjaar ouder is. Isolatiemaatregelen in een variant verbeteren daardoor ook de forfaitaire luchtdichtheid.
Voor het energielabel zelf verandert de regel niet: daar geldt de volgorde van gemeten qv,10, en anders het bouw- of renovatiejaar. Meer over de opbouw van een advies lees je in maatwerkadvies uitgelegd.
Praktische tips voor de opname
- Vraag bij de intake of er ooit een blowerdoortest is gedaan, bijvoorbeeld bij nieuwbouw of na een renovatie. Een rapport van minder dan een jaar oud kan de uitkomst merkbaar verbeteren.
- Controleer het rapport direct op de vijf verplichte gegevens. Ontbreekt de norm of de eenheid, dan is de meting niet bruikbaar.
- Fotografeer facturen en tekeningen van renovaties en voeg ze toe aan het dossier. Daarmee onderbouw je het renovatiejaar.
- Gebruik de BAG-gegevens als vertrekpunt voor het bouwjaar, en wijk alleen af met bewijs.
Probeer Label-wise met tien registraties
Bouwjaar, renovatiejaar, meetrapporten en foto's komen in één dossier samen, klaar voor je certificaathouder of auditor.
Start met tien proefregistratiesVeelgestelde vragen
Mag ik zelf kiezen tussen een forfaitaire en een gemeten qv,10?
Nee. Is er een geldige gemeten qv,10, dan wordt die altijd gebruikt. Alleen als die er niet is, rekent de software forfaitair op basis van het bouw- of renovatiejaar.
Hoe oud mag een blowerdoormeting zijn?
Maximaal één jaar. Een oudere meting mag alleen als de waarde eerder bij RVO is geregistreerd en de thermische schil sindsdien niet is gewijzigd.
Welke gegevens moeten in het meetrapport staan?
Het adres, de uitvoerder, de gebruikte norm (NEN 2686), de datum en de qv,10 in dm³/(s·m²). De meting moet door een onafhankelijke partij zijn gedaan.
Moet ik bij een nieuwbouwproject elke woning meten?
Nee. Volgens ISSO 82.1 paragraaf 7.1.5 meet je minimaal 10% per woningtype, afgerond naar boven en met een minimum van één. De hoogste gemeten waarde geldt dan voor de overige woningen van dat type.
Bronnen: ISSO 82.1 opnameprotocol woningbouw (paragraaf 7.1.4 en 7.1.5, afbeelding 7.3), ISSO 75.1 (afbeelding 7.2), NEN 2686, NTA 8800:2026, openbare supportdocumentatie van veelgebruikte EPA-rekensoftware. Laatst bijgewerkt: november 2026.

