Kennisbank

Oriëntatie bepalen in NTA 8800: lichtkoepel op een plat dak en de kijkrichting bij gevels

Bij een lichtkoepel in een plat dak (hellingshoek kleiner dan 15°) wordt voor het zichtveld altijd oriëntatie zuid aangehouden, ongeacht de werkelijke ligging van het dak. Bij het bepalen van de oriëntatie van een gevel of raam kijk je van binnenuit het gebouw naar buiten: de windrichting waarin je dan kijkt, is de oriëntatie.

<15°
hellingshoek: zichtveld altijd oriëntatie zuid
Van binnen naar buiten
kijkrichting bepaalt de oriëntatie van een vlak
ISSO 82.1 hst. 16
bron: zichtveld en beschaduwing

Waarom krijgt een lichtkoepel op een plat dak oriëntatie zuid?

Dit heeft te maken met het zichtveld: het verticale vlak waarlangs de beschaduwing van een constructie wordt beoordeeld. Volgens ISSO 82.1 (hoofdstuk 16) geldt: als de constructie een hellingshoek heeft die kleiner is dan 15° ten opzichte van horizontaal, moet voor het zichtveld de oriëntatie zuid worden aangehouden. Dat geldt dus voor een lichtkoepel in een plat dak, die feitelijk (nagenoeg) horizontaal ligt.

De reden is praktisch: bij een nagenoeg horizontaal vlak kan er, ongeacht de kompasrichting van het gebouw, altijd beschaduwing optreden door een obstakel aan de zuidzijde van de constructie, bijvoorbeeld een opstand of randafwerking rond de koepel. Door standaard oriëntatie zuid aan te houden, wordt deze worstcase-situatie voor de zonintreding consistent meegenomen, in plaats van dat de uitkomst afhangt van een arbitraire, niet-bestaande kompasrichting van een vlak dak.

Er is dus geen aparte optie 'horizontaal' voor het zichtveld: bij hellingshoeken onder 15° schrijft de methodiek zuid voor.

Wat is het zichtveld precies?

Het zichtveld is het verticale vlak door het midden van het zonontvangende vlak, met dezelfde oriëntatie als de constructie, en omvat de naar buiten gekeerde halve ruimte. Langs dat vlak wordt bepaald of, en in welke mate, obstakels (uitbouwen, opstanden, schoorstenen, ventilatie-units en dergelijke op het eigen perceel) schaduw werpen op het raam, de lichtkoepel, de PV-constructie of de zonnecollector.

Hoe bepaal je de oriëntatie van een gevel of raam?

Voor een 'gewone' verticale gevel of een raam bepaal je de oriëntatie door van binnenuit het gebouw naar buiten te kijken door de constructie. De windrichting waarin je op dat moment kijkt, is de oriëntatie van dat vlak. Kijk je vanuit de woonkamer naar het zuiden, dan is dat raam een zuidgevel/zuidraam, ook al lijkt de gevel vanaf de straatzijde gezien misschien anders georiënteerd.

Deze kijkrichting, vanuit het gebouw naar buiten, is ook expliciet de norm bij het bepalen of een zijbelemmering zich links of rechts van een raam bevindt: je kijkt dan in dezelfde richting als het zichtveld, dus vanuit het gebouw naar buiten.

Waarom is dit consistent binnen de methodiek?

Zowel bij de oriëntatie van een gevel als bij het zichtveld van een bijna-horizontale constructie geldt hetzelfde uitgangspunt: de kijkrichting is altijd naar buiten toe, vanuit de constructie gezien. Bij een verticale gevel bepaalt de werkelijke kompasrichting die kijkrichting; bij een nagenoeg horizontaal vlak (hellingshoek <15°) schrijft de methodiek in plaats daarvan standaard zuid voor, om de zonintreding en beschaduwing consistent en conservatief te kunnen beoordelen.

Geometrie en oriëntatie foutloos invoeren

In Label-wise vul je de oriëntatie van de voorgevel eenmalig in; bouwdelen op voor-, achter-, linker- en rechtergevel krijgen hun oriëntatie automatisch mee, inclusief de juiste behandeling van platte daken en lichtkoepels.

Probeer Label-wise: eerste 10 opnames gratis
Geattesteerde rekenkern (BRL 9501) · Gekoppeld aan BCRG & BAG · Eerste 10 opnames gratis · geen betaalgegevens, geen verplichtingen

Veelgestelde vragen

Moet ik bij een lichtkoepel in een plat dak 'horizontaal' of 'zuid' invoeren?

Voor het zichtveld (de beschaduwingsbepaling) moet je zuid aanhouden zodra de hellingshoek kleiner is dan 15°, wat bij een lichtkoepel in een plat dak vrijwel altijd het geval is. Er bestaat geen aparte oriëntatiecategorie 'horizontaal' voor het zichtveld.

Waarom specifiek zuid, en niet bijvoorbeeld noord of oost?

Omdat een obstakel aan de zuidzijde van een nagenoeg horizontale constructie altijd schaduw kan veroorzaken, ongeacht de werkelijke kompasrichting van het gebouw. Door standaard zuid aan te houden, wordt deze situatie consistent en conservatief beoordeeld in plaats van afhankelijk van een niet-bestaande richting van een vlak dak.

Kijk je bij het bepalen van oriëntatie van binnen naar buiten, of van buiten naar binnen?

Van binnenuit het gebouw naar buiten. De windrichting waarin je vanuit de ruimte door het raam of de gevel naar buiten kijkt, is de oriëntatie van die constructie.

Geldt de zuid-regel ook voor andere bijna-vlakke constructies, zoals PV-panelen?

Ja. De 15°-regel voor het zichtveld geldt voor elk zonontvangend vlak met een hellingshoek kleiner dan 15° ten opzichte van horizontaal, dus ook voor bijvoorbeeld (bijna) vlak gemonteerde PV-constructies of zonnecollectoren.

Verandert de zuid-regel voor het zichtveld ook de daadwerkelijke oriëntatie-invoer van de constructie zelf?

Nee. De regel geldt specifiek voor het bepalen van het zichtveld bij de beschaduwingsbeoordeling. Ze zegt niets over eventuele andere invoervelden van de constructie zelf.

Bronnen: ISSO 82.1, hoofdstuk 16 (Beschaduwing en zichtveld); NTA 8800. Laatst bijgewerkt: juli 2026.